> Interview in Adformatie n.a.v. Omroep & Reclame, Handboek reclameregels voor tv en radio

(Adformatie 4 mei 2000)

De reclameregels van de Mediawet zijn een wirwar van gedetailleerde geboden, verboden en uitzonderingsregels. Eigenlijk is het een mijnenveld, zegt advocaat Marcel Dellebeke. Hij beschreef en verklaarde ze in een handboek. "Je zou Omroep & Reclame als een mijndetector of mijnenveger kunnen zien."

Door Ico van Rheenen

In 'Omroep & Reclame, Handboek reclameregels voor tv en radio' worden voor het eerst de reclameregels van de Mediawet beschreven en toegelicht. Marcel Dellebeke, advocaat en secretaris van de Adviescommissie van het Commissariaat voor de Media, schreef het boek als onafhankelijk deskundige. Marcel Dellebeke is in de afgelopen zes jaar de onafhankelijke kenner bij uitstek geworden van de reclameregels, onder meer door zijn werk voor het Commissariaat, het Instituut voor Informatierecht, het Praktijkboek Reclamerecht en de Omroep & Commercie-serie. Omroep & Reclame, dat verlevendigd werd met illustraties van de belangrijkste reclame-overtredingen, is het resultaat van die ervaring.

De reclameregels van de Mediawet vormen een doolhof. Kan het niet overzichtelijker?
"Het is niet mogelijk, en ook niet praktisch, om alle regels en details in de wet vast te leggen. De hoofdregels staan in de Mediawet en het Mediabesluit, en deze zijn in de praktijk uitgewerkt in besluiten en beleidslijnen van het Commissariaat, adviezen van zijn Adviescommissie en oordelen van de rechter. Al die bronnen samengenomen en tegen elkaar afgewogen vormen de reclameregels voor tv en radio. Het is dus moeilijk om te weten wat de regels precies inhouden, zelfs voor juristen, ook omdat er veel valkuilen en dubbele bodems zijn. Een boek als Omroep & Reclame leek me daarom nuttig voor iedereen. Ook omdat daarin nu eens objectief en onafhankelijk kon worden aangegeven wat de regels inhouden; het Commissariaat en de omroepen hebben namelijk allemaal hun eigen, veelal gekleurde opvattingen en interpretaties."

In de praktijk lijkt het er op dat het Commissariaat altijd gelijk heeft.
"Uit mijn analyse en beschrijving van de reclameregels blijkt dat het Commissariaat deze op de meeste punten juist, of in ieder geval niet onjuist, interpreteert en toepast. Maar het Commissariaat heeft niet altijd gelijk. Ook het Commissariaat laat wel eens een steek vallen, en er wordt ook wel eens naar de gewenste uitkomst toe geredeneerd."

Het Commissariaat eist een behoorlijke ruimte op voor interpretatie van de Mediawet. Interpreteert het Commissariaat de wet naar believen?
"Het Commissariaat mag alleen de wet interpreteren zoals deze bedoeld is en voorzover dat noodzakelijk is. In mijn boek signaleer ik dat het Commissariaat daarbij soms wel eens te ver gaat of onjuiste conclusies trekt. Dat is overigens geen kwade wil; ook het Commissariaat is natuurlijk niet onfeilbaar. Je moet ook steeds bedenken dat het Commissariaat een belang heeft bij het beperkt uitleggen van de mogelijkheden en het ruim uitleggen van beperkingen, net zoals de omroepen belang hebben bij een uitleg die precies het tegenovergestelde is. Met een Commissariaatsstandpunt hoeft de discussie dus niet altijd gesloten te zijn, terwijl dat in de praktijk nu wel meestal zo is."

Als het Commissariaat niet altijd gelijk heeft, waarom leggen omroepen zich dan zo makkelijk neer bij die oordelen?
"Het is de vraag hoe kritisch en deskundig de verschillende omroepen naar de Commissariaatsstandpunten kijken. Het is bekend dat je daar moeilijk een voet aan de grond krijgt. Het Commissariaat erkent zelden een vergissing, is 'aanklager' en 'rechter' tegelijk. En ook de lange en kostbare gang naar de bestuursrechter is vaak vergeefs, omdat die het Commissariaatsbeleid slechts heel terughoudend toetst."

Is het Commissariaat dan te streng?
"Het Commissariaat houdt de teugels strak. Dat is begrijpelijk, omdat anders de omroepen natuurlijk de normen steeds verder zouden willen uithollen en oprekken."

Zijn er nog hiaten in de reclameregels?
"Er zijn nog maal weinig mazen in de regels, ook omdat het Commissariaat ze zo streng interpreteert. Er is snel sprake van een reclame-overtreding. Het meest ruimhartig en commercieel interessant zijn nu nog de mogelijkheden rondom het uitzenden van evenementen; daarbij de mag de evenementsponsor vermeld worden, de evenementsnaam - bijvoorbeeld Heineken Night of the Proms of Unox Nieuwjaarsduik - mag worden gebruikt en het verslag mag in beginsel reclame bevatten. Hierbij bestaan dusdanige mogelijkheden voor misbruik door omroepen en het bedrijfsleven, dat ik voorzie dat het Commissariaat de omroepen ook op dit punt de duimschroeven zal gaan aandraaien."

Welke reclameregels worden het vaakst overtreden?
"De sluikreclameregels. Er is snel sprake van niet-toegestane reclame in een programma. Het enkel noemen van een merk is vaak al goed voor een flinke boete. Ook met sponsorvermeldingen gaat er regelmatig iets mis."

Hoe lang kan de Mediawet nog mee? We staan immers aan de vooravond van een versmelting van tv, radio en internet.
"De Mediawet is zeker niet voorbereid op de grote technologische ontwikkelingen. De normen van de Mediawet kunnen bijvoorbeeld niet worden toegepast op internet. Omdat radio- en tv-programma's binnenkort via internet 'uitgezonden' kunnen worden, ontstaat daar een gat in het toezicht. Het wordt nog een hele toer dat gat op tijd te dichten, voorzover dat juridisch en praktisch al mogelijk is."

Veel mediaprominenten pleiten voor een Brits omroepmodel. Heeft dit model wat de reclameregels betreft nog voor- en nadelen?
"Eigenlijk alleen voordelen. De BBC heeft reclamevrije zenders en snoept daarom geen reclame-inkomsten af van de commerciŽle zenders. De commerciŽle zenders krijgen zo voldoende inkomsten uit reclamezendtijd om niet verleid te worden tot avonturen met het bedrijfsleven. En ze kunnen ook aan kwaliteitsprogrammering doen. De BBC controleert zichzelf en de Independent Television Commission controleert de commerciŽle omroepen; ze doen dat op grond van gescheiden en heldere normen. Dit systeem werkt vlekkelozer dan het onze. Een BBC-model zou de publieke omroep ook nog slagvaardiger maken. Heikel punt zou wel de financiering van zo'n Nederlandse BBC zijn; de Britten moeten jaarlijks meer dan 7 miljard gulden op tafel leggen voor hun BBC."

Omroep & Reclame, Handboek reclameregels voor tv en radio is uitgegeven door Otto Cramwinckel te Amsterdam, ISBN 90-75727-909, f 95,- gebonden.

>