> andere materialen

 

 

wetsvoorstel wijziging Mediawet (EK 2002-2003, 28.476, nr. 189)

 


 

> wetsvoorstel wijziging Mediawet

EK 2002-2003, 28.476, nr. 189, Wijziging van de Mediawet met het oog op noodzakelijke verbeteringen van de wet en de uitvoering daarvan  (gewijzigd voorstel van wet d.d. 3 april 2003)

(...)

De Mediawet wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel dd wordt na «verkregen» ingevoegd:
en overheidsinstellingen.
2. In onderdeel jj wordt na «reclameboodschap» ingevoegd:
, telewinkelboodschap.
3. In onderdeel kk wordt na «boodschap» ingevoegd:
, niet zijnde een telewinkelboodschap,.
4. Onderdeel pp komt te luiden:
pp. evenement: een tevoren georganiseerde publieke gebeurtenis op het terrein van sport en cultuur;
5. Onderdeel qq komt te luiden:
qq. sportwedstrijd: een wedstrijd of de voorbereiding op een wedstrijd, georganiseerd door of onder auspiciėn van de door het NOC*NSF erkende nationale sportorganisaties en hun geledingen, of door vergelijkbare internationale, al dan niet overkoepelende sportorganisaties, dan wel een andere wedstrijd of de voorbereiding op een wedstrijd van een sport die door het NOC*NSF als sport is aangemerkt;
(...)
7. In onderdeel xx wordt «reclame-uiting» vervangen door:
boodschap.
8. In onderdeel yy wordt «algemene landelijke omroep of algemene omroep door commerciėle omroepinstellingen» vervangen door:
algemene omroep.

(...)

In artikel 26, eerste lid, wordt «reclameboodschappen» vervangen door: reclameboodschappen en telewinkelboodschappen.

In artikel 27, eerste lid, wordt «reclameboodschappen» vervangen door: reclameboodschappen en telewinkelboodschappen.

(...)

Artikel 41a wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel d van het eerste lid komt te luiden:
d. de programmaonderdelen van de andere instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, slechts worden onderbroken door programmaonderdelen van de Stichting Etherreclame, indien:
1°. het te onderbr
eken programmaonderdeel langer duurt dan anderhalf uur voor televisie, onderscheidenlijk drie kwartier voor radio;
2°. het programmaonderdeel bestaat uit het verslag of de weergave van een evenement;
3°. het programmaonderdeel het volledige verslag van het evenement bevat;
4°. de onderbreking geschiedt tijdens de in het evenement voorkomende gebruikelijke pauzes of tussen de daarin voorkomende zelfstandige onderdelen;
5°. de onderbreking ten minste anderhalve minuut duurt voor televisie, onderscheidenlijk één minuut voor radio;
6°. de voor het programmaonderdeel verantwoordelijke instelling die zendtijd heeft verkregen, geen bedenkingen heeft ingebracht tegen de onderbreking wegens afbreuk aan de integriteit, het karakter of de samenhang van het programmaonderdeel; en
7°. de onderbreking geen afbreuk doet aan de rechten van rechthebbenden.

2. Het tweede en derde lid komen te luiden:
2. Programmaonderdelen van instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, kunnen ten hoogste eenmaal per vijfenveertig minuten voor televisie, onderscheidenlijk ten hoogste eenmaal per dertig minuten voor radio, worden onderbroken door een programmaonderdeel van de Stichting Etherreclame.
3. Programmaonderdelen van godsdienstige of geestelijke aard en programmaonderdelen die in het bijzonder bestemd zijn voor minderjarigen beneden de leeftijd van twaalf jaar, worden niet onderbroken door programmaonderdelen van de Stichting Etherreclame.

3. Toegevoegd wordt een vijfde lid, luidende:
5. De zendtijd voor televisie van de Stichting Etherreclame kan slechts worden ingedeeld met inachtneming van een minimum duur van anderhalve minuut per blok.

(...)

In artikel 43a wordt «reclameboodschappen» vervangen door: reclameboodschappen en telewinkelboodschappen.

(...)

Artikel 50, achtste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In de eerste en tweede volzin wordt «reclameboodschappen» telkens
vervangen door: reclameboodschappen en telewinkelboodschappen.
2. Na de tweede volzin worden twee volzinnen ingevoegd, luidende:
Telewinkelboodschappen die in het programma van de Stichting Etherreclame worden opgenomen duren elk ten hoogste één minuut. Een blok als bedoeld in artikel 41a, derde lid, bestaat voor ten hoogste tweederde van de duur uit telewinkelboodschappen.
3. In de vijfde volzin wordt «duidelijk onderscheiden van» vervangen
door: door optische of akoestische middelen duidelijk onderscheiden van.

In artikel 52, eerste lid, wordt «reclameboodschappen» vervangen door: reclameboodschappen en telewinkelboodschappen.

In artikel 52b, tweede lid, tweede volzin, wordt «naam, handelsmerk, logo of beeldmerk» vervangen door: naam of (beeld)merk.

(...)

Artikel 56a, vijfde lid, onderdeel b, wordt als volgt gewijzigd:
1. De zinsnede «namen, handelsmerken, logo’s of beeldmerken» wordt vervangen door:
namen of (beeld)merken.
2. De zinsnede «de naam, het handelsmerk, het logo of het beeldmerk» wordt vervangen door:
de naam of het (beeld)merk.

(...)

Paragraaf 2 van Hoofdstuk IV wordt vervangen door twee nieuwe paragrafen, luidende:

§ 2. Rechten en verplichtingen ten aanzien van de programma’s van commerciėle omroepinstellingen

Artikel 71e
1. Iedere commerciėle omroepinstelling bepaalt, onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde, vorm en inhoud van haar programma en is daarvoor verantwoordelijk.
2. De artikelen 52d en 53 zijn van overeenkomstige toepassing op een commerciėle omroepinstelling en op het door haar verzorgde programma.

Artikel 71f
1. Reclameboodschappen of telewinkelboodschappen die zijn opgenomen in het programma van een commerciėle omroepinstelling zijn als zodanig herkenbaar en door optische of akoestische middelen duidelijk onderscheiden van de andere programmaonderdelen. Er wordt geengebruik gemaakt van subliminale technieken.
2. De blokken van telewinkelboodschappen, bedoeld in artikel 71g, zesde lid, zijn gedurende de gehele uitzending daarvan door optische middelen als zodanig herkenbaar en door optische en akoestische middelen duidelijk onderscheiden van de andere programmaonderdelen.

Artikel 71g
1. Het programma van een commerciėle omroepinstelling bestaat voor ten hoogste vijftien procent van de totale duur per dag uit reclameboodschappen.
2. Het programma van een commerciėle omroepinstelling bestaat voor ten hoogste twintig procent van de totale duur per dag uit telewinkelboodschappen.
3. Het programma van een commerciėle omroepinstelling bestaat voor ten hoogste twintig procent van de totale duur per dag uit een combinatie van reclameboodschappen en telewinkelboodschappen.
4. Het programma van een commerciėle omroepinstelling bestaat voor ten hoogste twaalf minuten per uur uit reclameboodschappen of telewinkelboodschappen.
5. Reclameboodschappen in televisieprogramma’s, of telewinkelboodschappen worden uitsluitend uitgezonden in blokken die, met inbegrip van de eventuele omlijsting, ten minste anderhalve minuut duren.
6. In het programma van een commerciėle omroepinstelling zijn ten hoogste acht blokken van telewinkelboodschappen per dag opgenomen, die per blok zonder onderbreking ten minste vijftien minuten duren en waarvan de totale duur ten hoogste drie uur per dag is. Het tweede tot en met vijfde lid zijn niet van toepassing op deze blokken van telewinkelboodschappen.

Artikel 71h
1. Programmaonderdelen van commerciėle omroepinstellingen worden uitsluitend onderbroken door reclameboodschappen of telewinkelboodschappen, indien de onderbreking geen afbreuk doet aan de integriteit het karakter en de samenhang van het desbetreffende programmaonderdeel of aan de rechten van rechthebbenden.
2. Programmaonderdelen, bestaande uit de weergave van godsdienstige of levensbeschouwelijke samenkomsten, worden niet onderbroken door reclameboodschappen of telewinkelboodschappen.
3. De volgende programmaonderdelen worden uitsluitend onderbroken door reclameboodschappen of telewinkelboodschappen, indien zij ten minste dertig minuten duren:
a. programmaonderdelen, bestaande uit nieuws of commentaar op het nieuws;
b. programmaonderdelen van godsdienstige of geestelijke aard, niet zijnde programmaonderdelen als bedoeld in het tweede lid;
c. programmaonderdelen die bestemd zijn voor minderjarigen beneden de leeftijd van twaalf jaar; en
d. niet-gedramatiseerde documentaires.
4. Films worden uitsluitend onderbroken door reclameboodschappen of telewinkelboodschappen, indien zij ten minste vijfenveertig minuten duren.
5. Onverminderd het vierde lid, worden films ten hoogste eenmaal per volledig tijdvak van vijfenveertig minuten onderbroken door reclameboodschappen of telewinkelboodschappen. Indien een film ten minste twintig minuten langer duurt dan twee of meer volledige tijdvakken van vijfenveertig minuten, kan hij nog eenmaal worden onderbroken.

Artikel 71i
1. Bij opeenvolgende onderbrekingen door reclameboodschappen of telewinkelboodschappen in één programmaonderdeel voor televisie worden tussenpozen van ten minste twintig minuten in acht genomen.
2. In afwijking van het eerste lid, worden programmaonderdelen voor televisie die bestaan uit het verslag van een evenement uitsluitend onderbroken door reclameboodschappen of telewinkelboodschappen tijdens de in het evenement voorkomende gebruikelijke pauzes of tussen de daarin voorkomende gebruikelijke zelfstandige onderdelen.

Artikel 71j
1. In afwijking van artikel 71g, eerste, vierde en vijfde lid, is het een commerciėle omroepinstelling toegestaan een televisieprogramma te verzorgen dat uitsluitend bestaat uit ten behoeve van zelfpromotie uitgezonden reclameboodschappen.
2. In een programma als bedoeld in het eerste lid mogen andere reclameboodschappen worden opgenomen, met inachtneming van de bepalingen die op het uitzenden daarvan van toepassing zijn.
3. In afwijking van artikel 71g, tweede tot en met zesde lid, is het een commerciėle omroepinstelling toegestaan een programma te verzorgen dat uitsluitend bestaat uit telewinkelboodschappen.
4. In een programma als bedoeld in het derde lid mogen reclameboodschappen worden opgenomen, met inachtneming van de bepalingen die op het uitzenden daarvan van toepassing zijn.

Artikel 71k
1. De programmaonderdelen van een commerciėle omroepinstelling worden uitsluitend gesponsord, indien die instelling een programmastatuut tot stand heeft gebracht waarin ten minste waarborgen zijn opgenomen voor de redactionele onafhankelijkheid van haar werknemers, belast met de samenstelling van de programma’s, ten opzichte van de sponsors.
2. Aan het begin of aan het einde van een gesponsord programmaonderdeel worden, ter informatie van het publiek, alle sponsors vermeld. De vermelding gebeurt door middel van naam of (beeld)merk en is zodanig vormgegeven dat zij niet voldoet aan de definitie van reclameboodschap, bedoeld in artikel 1, onderdeel kk.
3. In een gesponsord programmaonderdeel mogen producten of diensten van een sponsor worden vermeld of getoond, indien het publiek niet door middel van specifieke aanprijzingen of anderszins wordt aangespoord tot het kopen of huren van die producten of tot het afnemen van die diensten.
4. Commerciėle omroepinstellingen bedingen of aanvaarden geen sponsorbijdragen van personen, bedrijven of instellingen:
a. die zich voornamelijk bezighouden met de productie of verkoop van sigaretten of andere tabaksproducten, of
b. die gebruik maken van namen of (beeld)merken die tevens worden gebruikt door personen, bedrijven of instellingen als bedoeld in onderdeel a, of daarmee een zo sterke gelijkenis vertonen dat het publiek redelijkerwijs de indruk krijgt dat het mede de naam of het (beeld)merk van een persoon, bedrijf of instelling als bedoeld in onderdeel a betreft.
5. Programmaonderdelen van commerciėle omroepinstellingen die toestemming hebben verkregen, bestaande uit nieuws, actualiteiten of politieke informatie, worden niet gesponsord.
6. Indien een gesponsord programmaonderdeel uit het buitenland is aangekocht en aldaar ten behoeve van het buitenlandse publiek reeds als programma is uitgezonden, is dit artikel slechts van toepassing voor zover de sponsorbijdragen worden verstrekt ten behoeve van de aankoop van het programmaonderdeel door de commerciėle omroepinstelling.
7. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een programmaonderdeel waarvoor een overheidsinstelling of een andere instelling dan bedoeld in artikel 1, onderdeel ll, een financiėle of andere bijdrage heeft verstrekt ten behoeve van de totstandkoming of aankoop van dat programmaonderdeel, teneinde de uitzending daarvan als programmaonderdeel te bevorderen of mogelijk te maken.

Artikel 71l
1. Aan het begin of aan het einde van een programmaonderdeel van een commerciėle omroepinstelling bestaande uit het verslag of de weergave van een evenement dat niet voornamelijk bestemd is om als programmaonderdeel te worden uitgezonden, mogen de namen of (beeld)merken van die personen, bedrijven of instellingen, die een financiėle of andere bijdrage hebben verstrekt aan de totstandkoming van het evenement, worden vermeld of getoond. De vermelding of vertoning is zodanig vormgegeven dat zij niet voldoet aan de definitie van reclameboodschap, bedoeld in artikel 1, onderdeel kk.
2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van personen, bedrijven of instellingen;
a. die zich voornamelijk bezighouden met de productie of verkoop van sigaretten of andere tabaksproducten; of
b. die gebruik maken van namen of (beeld)merken die tevens worden gebruikt door personen, bedrijven of instellingen als bedoeld in onderdeel a, of daarmee een zo sterke gelijkenis vertonen dat het publiek redelijkerwijs de indruk krijgt dat het mede de naam of het (beeld)merk van een persoon, bedrijf of instelling als bedoeld in onderdeel a betreft.

Artikel 71m
1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 71j, 71k, tweede en derde lid, en 71l, eerste lid, worden in de programma’s van commerciėle omroepinstellingen geen namen, (beeld)merken, producten, diensten of activiteiten van personen, bedrijven of instellingen vermeld of getoond, indien de desbetreffende commerciėle omroepinstelling, naar redelijkerwijs kan worden aangenomen, daarmee beoogt of mede beoogt het publiek te bewegen tot het kopen van een bepaald product of het gebruik maken van een bepaalde dienstverlening, dan wel gunstig te stemmen ten aanzien van een bepaald bedrijf, een bedrijfstak of een bepaalde instelling teneinde de verkoop van producten of de afname van diensten te bevorderen.
2. Het vermelden of tonen van een naam, (beeld)merk, product, dienst of activiteit van een persoon, bedrijf of instelling in een programma wordt geacht te geschieden met het oogmerk, bedoeld in het eerste lid, indien zulks tegen betaling geschiedt.
3. Het Commissariaat voor de Media kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het eerste lid.
4. Dit artikel is niet van toepassing op reclameboodschappen en telewinkelboodschappen.

(...)

Artikel 71q
De artikelen 71g, 71h, tweede tot en met vijfde lid, 71i, 71j, 71l en 71n tot en met 71p zijn niet van toepassing op een televisieprogramma dat niet direct of indirect buiten Nederland ontvangen kan worden, en dat:
a. voorzover het de beeldinhoud betreft, uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestaat uit stilstaande beelden; of
b. hoofdzakelijk bestaat uit informatie met betrekking tot de door middel van een omroepzender of omroepnetwerk aangeboden programma’s en diensten.

§ 3. Overige rechten en verplichtingen van commerciėle omroepinstellingen

Artikel 71r
Een commerciėle omroepinstelling die programmaonderdelen bestaande uit reclameboodschappen verzorgt, draagt er zorg voor dat zij aangesloten is bij de Nederlandse Reclame Code of een vergelijkbare door de Stichting Reclame Code tot stand gebrachte regeling en ter zake onderworpen is aan het toezicht van de Stichting Reclame Code. De commerciėle omroepinstelling toont dit aan door middel van een aan het Commissariaat voor de Media over te leggen schriftelijke verklaring van de Stichting Reclame Code.

Artikel 71s
Een commerciėle omroepinstelling brengt in overeenstemming met de werknemers die zijn belast met de samenstelling van programma’s, een programmastatuut tot stand waarin de journalistieke rechten en plichten van deze werknemers worden geregeld.

(...)

In artikel 76a, eerste lid, wordt «reclameboodschappen» vervangen door: reclameboodschappen en telewinkelboodschappen.

(...)

Artikel 134, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt «en 40 tot en met 41» vervangen door:
40 tot en met 41.
2. Onderdeel b, komt te luiden:
b. de artikelen 98b tot en met 99a, 103b, 106a en 107 tot en met 109e;.

Artikel 135 komt te luiden:
Artikel 135
1. Het Commissariaat voor de Media kan de Stichting, de verzorger van een programma dat door middel van een omroepzender of een omroep-netwerk wordt uitgezonden, de aanbieder van een omroepzender of een omroepnetwerk en de Wereldomroep een bestuurlijke boete opleggen:
a. van ten hoogste € 225.000,– per overtreding, bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 71t, 72, 73, 82i, 82j, 82f, 82k, tweede lid, 173 en 174;
b. van ten hoogste € 135.000,– per overtreding, bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 13c, 39b, 41a, 43b, 43c, 48 tot en met 52, 53, zesde lid, 53a tot en met 58, 61a tot en met 68, 71a, 71e tot en met 71s, 76, vierde lid, 82a tot en met 82e, 82h, 161, 166, 167c en 168;
c. van ten hoogste € 35.000,–, per overtreding, bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens enig ander bij of krachtens deze wet gesteld voorschrift of artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Het Commissariaat draagt de opbrengst van de bestuurlijke boeten af aan Onze Minister. De afgedragen opbrengst dient ter aanwending voor door Onze Minister te bepalen mediadoeleinden in brede zin.

(...)

 


 

>

 

>